5 tips om je kind te leren opruimen

Laat jouw kind een spoor van eigendommen achter zich? Heeft jouw kind een slordig bureau of kan het spullen niet vinden?

Opruimen is een complexe vaardigheid. Er komt veel meer bij kijken dan alleen maar spullen opbergen. Sterker nog, er zijn verschillende processen in je brein die een rol spelen bij opruimen. Deze processen worden ‘executieve functies’ genoemd.
Meer lezen over executieve functies? Lees “Kort uitgelegd: executieve functies”.


Iemand die goed kan opruimen is in staat om:

  • verbanden te leggen (bepalen op basis waarvan verschillende spullen bij elkaar horen)
  • globaal te denken (spullen verdelen in 4 groepen is overzichtelijker dan 25 groepen)
  • vooruit te denken (een plan maken, hoe ga ik dit doen?)
  • te beginnen (jezelf aansporen, van start gaan, ook al heb je er misschien niet veel zin in)
  • zich niet te laten afleiden (spullen die je tegenkomt roepen altijd wel iets op)
  • zich voor langere tijd te concentreren (doorgaan, iets afmaken)
  • los te laten (spullen die kapot zijn of die je niet meer gebruikt weggooien)

Bovenstaande denkprocessen zijn bij kinderen nog volop in ontwikkeling. En deze ontwikkeling verloopt bij ieder kind anders. Met de volgende tips kun je jouw kind helpen om te leren opruimen.

1. Zorg voor een duidelijk opbergsysteem
Opruimen begint bij een handig en duidelijk opbergsysteem. Gebruik bijvoorbeeld doorzichtige bakken voor speelgoed. Dan kan je kind vanaf de buitenkant zien wat erin zit. Een kast met verschillende laden voor de knutselspullen. Voor een kind is het fijn als het vanaf de buitenkant kan zien wat erin zit (bijvoorbeeld door labels op de buitenkant van de laden). Zorg dat er voldoende ruimte is om spullen op te bergen.

2. Betrek je kind
Verhoog de motivatie van je kind door het te betrekken bij het opzetten van een opbergsysteem. Ga samen brievenbakjes kopen, laat je kind labels maken, enzovoort.

3. Wees duidelijk over wat je verwacht
Heb je eenmaal een duidelijk opbergsysteem, neem dan een rustig moment om samen met je kind afspraken te maken over het opruimen: wat gaat waar? Het komt regelmatig voor dat ouders ervan uitgaan dat het kind wel weet wat er moet gebeuren, maar een uitspraak als “ruim je kamer op” is voor veel kinderen niet concreet genoeg. Probeer zo concreet mogelijk te zijn, zeg bijvoorbeeld “stop je knutselspullen in de kast”.

4. Maak opruimen leuk
Wanneer je iets leuk vindt, ben je sneller geneigd om het nog een keer te doen. Dat geldt voor volwassenen, maar is nog veel belangrijker voor kinderen. DIt komt omdat kinderen vaak het nut van dingen nog niet goed kunnen inzien. En waarom zou je iets doen als je er niet (direct) iets aan hebt? Om je kind te motiveren is het dus belangrijk dat het opruimen zo leuk mogelijk wordt gemaakt. Bij jonge kinderen kun je bijvoorbeeld een opruimmuziekje opzetten, bij oudere kinderen kun je er een wedstrijdelement in verwerken (wie het eerst …. ) of koppelen aan zakgeld (je krijgt elke zondag zakgeld nadat je bureau is opgeruimd).

5. Geef zelf het goede voorbeeld
Kinderen leren vooral door te zien hoe anderen om zich heen iets doen. Hoe iets thuis gaat heeft daarbij de meeste invloed op een kind. Ben je zelf geneigd om spullen te laten slingeren? Dan zal je kind dat ook eerder doen. Zorg dus dat je het goede voorbeeld geeft: ruim spullen op als je ergens mee klaar bent, maak de tafel leeg voordat je gaat eten, gebruik brievenbakjes voor je administratie enzovoort.



Geschreven door: dr. Diana Smidts, GZ-psycholoog