Kort uitgelegd: executieve functies

Je komt de term steeds vaker tegen: executieve functies. Maar wat wordt daarmee bedoeld? En wat hebben executieve functies te maken met gedrag en schoolprestaties? Je leest het hier.

Executieve functies is een term die rechtstreeks vertaald is uit het Engels: executive functions. Mensen die nog nooit van deze term gehoord hebben denken misschien eerder aan het bedrijfsleven. Dat komt omdat het woord ‘executief’ niet in ons dagelijks taalgebruik voorkomt. Daardoor klinkt het misschien wat vaag. Echter, het Engelse ‘execute’ betekent eigenlijk gewoon uitvoeren of (nog simpeler) doen.

Executieve functies zijn denkprocessen in de hersenen die ervoor zorgen dat we ons gedrag in goede banen kunnen leiden (ofwel uitvoeren). Executieve functies zorgen ervoor dat we adequaat kunnen functioneren: thuis, op school, op het werk en met vrienden. Het zijn de aanstuurfuncties van ons brein, die ervoor zorgen dat we op koers blijven, als een kapitein op een schip. Executieve functies sturen ons gedrag, onze gedachten en emoties. Zonder executieve functies is doelgericht en sociaal gedrag niet mogelijk. We hebben ze dus hard nodig, die executieve functies.

Maar wat zijn het dan precies, executieve functies? De meeste onderzoekers zijn het erover eens dat er meerdere denkprocessen zijn die gezamenlijk ons gedrag aansturen. De meningen lopen uiteen over hoeveel het er precies zijn, maar over het algemeen worden de volgende denkprocessen in de literatuur genoemd:

Plannen en organiseren: het vermogen om vooruit te denken, een plan te maken, in te schatten hoe lang iets duurt, prioriteiten te stellen, beslissingen te nemen.

Flexibiliteit: je kunnen aanpassen als iets verandert (bijvoorbeeld een afspraak die niet doorgaat), een probleem op een andere manier oplossen, schakelen tussen activiteiten.

Werkgeheugen: dit is de tijdelijke opslagcapaciteit van ons brein, waarin we taakgerelateerde informatie bewerken (bijvoorbeeld een rekensom maken).

Inhibitie: het vermogen om impulsen (prikkels uit de omgeving of van binnenuit) te onderdrukken.

Emotieregulatie: het adequaat aansturen van je emoties, zoals op een gepaste manier boosheid uiten.

Gedragsevaluatie: het gebruiken van feedback uit je omgeving (bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukking van een ander) om je eigen gedrag aan te passen, in de gaten hebben wat het effect is van jouw gedrag op dat van een ander.

Al deze functies zijn nodig om ons gedrag adequaat aan te sturen. Ook bijvoorbeeld in schoolsituaties. Executieve functies zijn als het ware de motor achter werkhouding. Lange tijd werd aangenomen dat het intelligentieniveau vooral het schoolsucces bepaalt, maar de laatste jaren wordt steeds duidelijker dat zelfregulatie misschien nog wel belangrijker is. Immers, als je snel bent afgeleid, moeite hebt met stilzitten, niet weet waar je moet beginnen of moeite hebt met huiswerk plannen dan belemmert dit het leren van nieuwe stof. Kortom, executieve functies zijn belangrijk voor het aansturen van ons gedrag, niet alleen in sociale situaties, maar ook met betrekking tot werk en leren.


Gedrag in uitvoering Diana Smidts KinderPsy Mariette HuizingaMeer lezen over executieve functies?

Gedrag in uitvoering, over executieve functies bij kinderen en pubers is bedoeld voor iedereen die te maken heeft met kinderen en pubers: ouders, docenten en hulpverleners. Diana Smidts en Mari√ętte Huizinga bespreken verschillende soorten gedragsproblemen en geven praktische adviezen om hiermee om te gaan.
KinderPsy biedt verschillende cursussen aan voor professionals.


Bewaren


Geschreven door: dr. Diana Smidts, GZ-psycholoog