Kort uitgelegd: executieve functies

Je komt de term steeds vaker tegen: executieve functies. Maar wat wordt daarmee bedoeld? En wat hebben executieve functies te maken met gedrag en schoolprestaties?

Executieve functies zijn processen in de hersenen die ervoor zorgen dat we ons gedrag kunnen sturen (zelfsturing). Executieve functies zorgen ervoor dat we adequaat kunnen functioneren: thuis, op school, op het werk en met vrienden. Het zijn de stuurfuncties van ons brein, die ervoor zorgen dat we op koers blijven, als een kapitein op een schip.

Executieve functies sturen ons gedrag, onze gedachten en emoties. Zonder executieve functies is doelgericht en sociaal gedrag niet mogelijk.

Executieve vaardigheden:

Inhibitie: het vermogen om impulsen (prikkels uit de omgeving of van binnenuit) te onderdrukken.

Flexibiliteit: je kunnen aanpassen als iets verandert (bijvoorbeeld een afspraak die niet doorgaat), een probleem op een andere manier oplossen, schakelen tussen activiteiten.

Werkgeheugen: dit is de tijdelijke opslagcapaciteit van ons brein, waarin we taakgerelateerde informatie bewerken (bijvoorbeeld een rekensom maken).

Plannen en organiseren: het vermogen om vooruit te denken, een plan te maken, in te schatten hoe lang iets duurt, prioriteiten te stellen, beslissingen te nemen.

Gedragsevaluatie: het gebruiken van feedback uit je omgeving (bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukking van een ander) om je eigen gedrag aan te passen, in de gaten hebben wat het effect is van jouw gedrag op dat van een ander.

Al deze vaardigheden zijn nodig om ons gedrag adequaat te sturen. Ook bijvoorbeeld in schoolsituaties.

Lange tijd werd aangenomen dat het intelligentieniveau vooral het schoolsucces bepaalt, maar de laatste jaren wordt steeds duidelijker dat zelfsturing misschien nog wel belangrijker is.  Bewaren

Geschreven door: Dr. Diana Smidts, auteur van Zelfsturing in de klas en Gedrag in Uitvoering

Bekijk ook deze korte kennisclip over executieve functies op ons Youtube kanaal:

Of lees onze boeken: